Index

  • Over het woord koekwous: een bijzondere Nederlandse scheldnaam

    Sommige woorden klinken alsof ze altijd al bestaan hebben. Koekwous is zo’n woord. Het heeft iets geks, iets speels en iets typisch Nederlands: het klinkt tegelijk als een scheldwoord en als een bijnaam die je met een glimlach gebruikt.

    Maar waar komt het woord eigenlijk vandaan? En vooral: schrijf je het als koekwous of als koekwaus?

    Wat betekent koekwous?

    Een koekwous is volgens woordenboeken en taalbeschrijvingen iemand die zich dom, vreemd of onhandig gedraagt. Het woord wordt meestal gebruikt als een luchtig scheldwoord: een rare snuiter, een malloot of een beetje een maf persoon.

    Het is daarmee vergelijkbaar met woorden als sukkel, kwibus of oelewapper. De toon hangt sterk af van de situatie. Tegen een vriend kan “je bent ook een koekwous” bijna vriendelijk klinken, terwijl het in een andere context gewoon een belediging kan zijn.

    Waar komt het woord vandaan?

    De precieze oorsprong van koekwous is niet helemaal vastgelegd. Volgens taalonderzoek naar populair taalgebruik wordt het woord in verband gebracht met het woord wous/waus, een bestaand informeel woord voor een vreemd of dom persoon. Het eerste deel, koek, lijkt vooral een versterkend element te zijn — vergelijkbaar met samenstellingen als kletskoek.

    Het woord wordt vaak verbonden met het zuiden van Nederland. Het zou oorspronkelijk vooral in en rond Tilburg en andere Brabantse gebieden gebruikt zijn en later breder bekend zijn geworden.

    Koekwous of koekwaus?

    Wij schrijven koekwous. Dat is geen willekeurige keuze: deze spelling staat zo in de Van Dale en sluit aan bij de herkomst met wous.

    Toch zie je heel vaak koekwaus. Dat is begrijpelijk, want de uitspraak ligt dicht bij elkaar en veel mensen schrijven op basis van wat ze horen. De vorm met -waus is ook niet zomaar een foutieve variant: taalbronnen noemen koekwaus als andere schrijfwijze van koekwous.

    Daarnaast heeft Steffen Haars (je weet wel, die van New Kids) bij Omroep Brabant gemeld dat het volgens hem ook koekwous is, a la Van Dale. Dus dan zijn we helemaal om.

    De spelling met au heeft dus een duidelijke plek gekregen in het taalgebruik, maar wij kiezen voor koekwous omdat dat de vorm is die wij het meest passend vinden bij de woordenboekspelling.

    Of je nu iemand een koekwous of een koekwaus noemt: iedereen begrijpt wat je bedoelt. Je weet ook wat de volgende stap is, een mieterse fulminade shoppen!

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'boerenkinkel: onbeleefd of lomp persoon; iemand met weinig manieren.'

    De boerenkinkel. Alleen het woord al roept beelden op van een wat lompe kerel met klompen in de modder en stro in z’n haar. Maar wist je dat de betekenis en herkomst van boerenkinkel nét even anders in elkaar zitten dan je denkt? Tijd voor vijf verrassende feiten.

    1. Het is niet per se een boer

    Hoewel boerenkinkel letterlijk doet denken aan een boer, slaat het woord meestal niet op iemands beroep. Het wordt gebruikt voor iemand die onbeschaafd, onhandig of lomp overkomt. Je kunt dus prima in een stad wonen, een leaseauto rijden en tóch een boerenkinkel genoemd worden.

    2. “Kinkel” is het echte scheldwoord

    In het woord boerenkinkel zit de angel vooral in “kinkel”. Dat is van oorsprong een scheldwoord voor een dom of onnozel persoon. Het voorvoegsel “boeren-” versterkt het stereotype van grof of ongemanierd gedrag. Eigenlijk zeg je dus twee keer dat iemand zich niet al te verfijnd gedraagt.

    3. Het woord bestaat al eeuwen

    Boerenkinkel duikt al op in oudere Nederlandse teksten. Het is geen moderne internetvondst, maar een klassiek scheldwoord dat generaties heeft overleefd. Blijkbaar is de behoefte om iemand als lomp neer te zetten tijdloos.

    4. Het zegt meer over de spreker dan over de ander

    Wie iemand een boerenkinkel noemt, positioneert zichzelf automatisch als “beschaafder”. Het woord zit vol sociale lading: stad versus platteland, verfijnd versus grof. Vaak gaat het dus minder over feiten en meer over beeldvorming.

    5. Het kan ook met een knipoog

    Net als veel andere scheldwoorden kan boerenkinkel ook speels bedoeld zijn. In vriendschappelijke context kan het zelfs een bijnaam worden. De toon maakt de muziek. Zeg je het lachend? Dan is het eerder plagerij dan belediging.

    Conclusie

    De boerenkinkel is dus minder een persoon en meer een cultureel begrip. Een woord vol geschiedenis, stereotype en sociale nuance. En de volgende keer dat iemand het gebruikt? Dan weet jij in elk geval dat er meer achter zit dan een paar modderige klompen.

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'bengel: Ondeugend persoon, meestal een kind dat streken uithaalt.'

    Wat betekent het?

    Waar komt het woord bengel vandaan?

    Bengel duikt al in de late middeleeuwen op in het Nederlands. In de oudste bronnen heeft het woord nog niets met kinderen te maken, maar betekent het zoiets als stang, knuppel of stok. Denk aan iets dat bungelt of ergens los aan hangt. Die betekenis leeft nog voort in verwante woorden en dialecten.

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'druiloor: een lusteloos, slaperig of weinig levendig persoon'

    Wat betekent het?

    Als je 't opzoekt in een woordenboek vind je bij de betekenis een lusteloze of domme persoon, een slome duikelaar, sufferd of sukkel. Vroeger werd het gebruikt voor een puur lusteloos iemand. Later zijn we het ook gaan gebruiken voor iemand die een beetje dom of onhandig overkomt. Meer als scheldwoord, dus.

    Waar komt het woord druiloor vandaan?

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'pannekoek: een onhandig of dom iemand die er niks van bakt'

    Pannekoek of pannenkoek?

    Wat betekent het?

    Als je iemand uitmaakt voor panne(n)koek, heeft diegene waarschijnlijk niet net een prestatie van formaat geleverd. Eerder het tegenovergestelde, en dan is deze uitroep bedoeld om diegene te laten weten dat 'ie niet per se een hoogvlieger is. Met panne(n)koek wordt dan ook iemand bedoeld die er weinig van bakt. Een sukkel, een zwakkeling.

    Waar komt het vandaan?

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'schobbejak: een lomp, onaangenaam of vervelend persoon'

    Wat betekent het?

    Volgens de meeste woordenboeken is een schobbejak een deugniet, schurk of boefje. Niet meteen een zware crimineel, eerder iemand die nét iets te vaak “per ongeluk” de regels buigt. Het is ook geen woord dat je gebruikt voor pure slechtheid. Een schobbejak kan charmant zijn. Ondeugend. Iemand bij wie je zuchtend denkt: ja hoor, daar heb je ’m weer.

    Waar komt het woord schobbejak vandaan?

    Schobbejak stamt waarschijnlijk uit het Frans. Oude Franse woorden als escobellac en escoubillac werden gebruikt voor iemand van laag allooi: een scharrelaar, een nietsnut. Via het Middelnederlands vond het woord zijn weg naar onze taal, waarbij het — zoals dat wel vaker gebeurt — fonetisch werd aangepast.

    Klank en gevoel

    Wat ook meespeelt, is het klankgevoel. De sch-klank suggereert iets schurends, iets rafeligs. De -jak aan het eind doet denken aan woorden als boefje, kwajongen of ettertje. Het woord klinkt precies zoals het bedoeld is: niet netjes, niet glad, maar ook niet levensgevaarlijk.

    Dat maakt schobbejak zo’n prettig woord om te gebruiken. Mild veroordelend, maar met een glimlach. Je kunt er iemand mee aanspreken zonder meteen de sfeer te verpesten. Het is taal met relativeringsvermogen. En misschien is dat wel waarom het woord al zo lang meegaat.

    Dus de volgende keer dat iemand weer nét iets te enthousiast zijn eigen plan trekt, weet je wat je te doen staat. Zucht eens diep, glimlach een beetje, en denk: ach ja — een schobbejak.

    Shop deze fulminade

  • Artikelafbeelding met de tekst 'bijgoochem: een bijfiguur, kleine man in bedrieglijke praktijken of in illegale handel'

    Waar komt bijgoochem vandaan?

    Goochem komt van het Hebreeuwse ‘chochom’ of ‘chacham’, wat wijs of verstandig betekent. De daarvan afgeleide bijgoochem is een pedant iemand die zich wijs acht, maar dat niet is.

    Wat betekent bijgoochem?

    In Amsterdam betekent het ‘bijdehand’ of ‘betweter’, maar het kan ook de lading van ‘sukkel’ dragen.

  • Wat betekent fulmineren?

    Wat is de betekenis van fulmineren?

    Fulmineren betekent zoveel als tekeergaan, razen, tieren, tegen iets of iemand om je boosheid te uiten.

    Waar komt het woord fulmineren vandaan?

    Fulmineren vindt zijn oorsprong in het Latijn, bij het woord fulmen, dat bliksem betekent. Daaruit ontstond fulminare, ofwel bliksemen, heftig uitvaren. Dat woord is in het Frans beland; fulminer. In de zestiende eeuw is het vanuit het Frans naar het Nederlands overgewaaid, en sindsdien kunnen we ook in ons kikkerlandje lekker fulmineren.

    Waarom hebben jullie daar een hele website voor opgetuigd?

    We gaan met z'n allen steeds meer communiceren met duimpjes, lachende gezichtjes en afko's. Wat ons betreft niet per se een verbetering, want wij vinden dat sommige pareltjes uit het Nederlands nooit vergeten mogen worden. En met een achtergrond in grafisch ontwerp en webdesign dachten we; daar gaan we een mieterse website voor op poten zetten.

    Om op een shirtje te zetten