Het woord pannekoek is verre van het meest indrukwekkende of beledigende scheldwoord in onze lijst. Het heeft ook iets aandoenlijks. Maar toch is het een lekkere fulminade. Wat betekent het en waar komt het vandaan?
Pannekoek of pannenkoek?
Mocht je denken 'het is toch pannenkoek?', dan heb je gelijk. We hebben echter bewust gekozen voor pannekoek. Meer over deze kwestie lees je hier.
Wat betekent het?
Als je iemand uitmaakt voor panne(n)koek, heeft diegene waarschijnlijk niet net een prestatie van formaat geleverd. Eerder het tegenovergestelde, en dan is deze uitroep bedoeld om diegene te laten weten dat 'ie niet per se een hoogvlieger is. Met panne(n)koek wordt dan ook iemand bedoeld die er weinig van bakt. Een sukkel, een zwakkeling.
Waar komt het vandaan?
Het lijkt erop dat het woord pannekoek als scheldwoord zijn oorsprong vindt in het wielrennen. Daar werd deze uitroep gebruikt voor een zwakke coureur. En een zooitje pannekoeken bij elkaar is dan weer een mongolenwaaier. Maar dat terzijde. De term werd voor het eerst in een woordenboek opgenomen in 1970. We vonden echter ook een vermelding in de Limburger Koerier van 1928 (!) waarin wordt vermeld dat het door Franse militairen werd gebruikt:

Ook in het voetbal is pannekoek als scheldwoord niet onbekend. Toen Ajax in 2009 de landstitel verspeelde werd deze fulminade op sublieme wijze gebruikt door een supporter op de tribune, die trainer Marco van Basten graag even wilde mededelen hoe hij erover dacht.




